Overlijden doorgeven

Als iemand in Nederland overlijdt, moet dat worden aangegeven bij de gemeente. De aangifte doet u in de gemeente waar de persoon is overleden. Meestal geeft de begrafenisondernemer het overlijden door (overlijdensaangifte).

In Nederland moet een overledene binnen 6 werkdagen na het overlijden begraven of gecremeerd worden.

Aangifte door familie of kennis

Als familielid of kennis van de overledene mag u het overlijden doorgeven. Het hoeft niet, want meestal doet de begrafenisondernemer dit. U doet de aangifte persoonlijk in het gemeentehuis.

Openingstijden: maandag t/m donderdag van 10.00 uur tot 17.00 uur en vrijdag van 10.00 uur tot 20.00 uur.

Afspraak maken

Meenemen

  • uw geldig legitimatiebewijs (paspoort, rijbewijs, Nederlandse identiteitskaart of verblijfsvergunning)
  • een doktersverklaring van het overlijden (een zogenaamde A-verklaring)
  • een doodsoorzaak verklaring (B-verklaring)

Er zijn geen kosten verbonden aan de overlijdensaangifte.

Aan een afschrift van een akte van overlijden zijn wel kosten verbonden.

Registratie overlijden in BRP

Na het opmaken van de overlijdensakte wordt het overlijden geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP) van de woongemeente.

Overlijden in het buitenland

Een overlijden in het buitenland geeft u in het buitenland aan. U bent verplicht het overlijden te melden in de gemeente van de overledene. U moet de internationale overlijdensakte meenemen.

Let op: een document dat in het ene land officieel en legaal is, is dat niet automatisch in Nederland of in een ander land. Afhankelijk van het land waar het document is afgegeven, moet het worden gelegaliseerd om te kunnen gebruiken.

De gemeente past de gegevens daarna aan in de Basisregistratie Personen (BRP). 

Legalisatie documenten (Rijksoverheid.nl)